Erik van Marle – Blog over risicomanagement

www.naris.com


2 reacties

Hoe Risicomanagement bij Van Oord bijdraagt aan betere prestaties

Cyrille Wismans, Risicomanager bij Van Oord, legt uit hoe risicomanagement is opgezet bij Van Oord Hier zijn ze twee jaar geleden structureel mee begonnen. Vijf jaar geleden begon hij als Risk Engineer bij Van Oord, waar hij nu teamleider is bij de Project Planning & Riskafdeling. 

Complexere Projecten vragen om beter Risicomanagement

Risicomanagement is op dit moment binnen Van Oord gepositioneerd in de afdeling Engineering & Estimating.  Vanuit deze afdelingworden alle area’s en business units bediend. De aanleiding om risicomanagement prioriteit te geven komt doordat het bedrijf steeds meer complexe, innovatieve projecten aanneemt van grote omvang en met een lange doorlooptijd. Complexe projecten vormen een substantieel deel van de business van Van Oord, risicomanagement is dus van groot belang.

Belang van Risicomanagement

Van Oord heeft haar werkgebied (de gehele wereld) ingedeeld in 5 area’s  en een drietal business units. Bij de business unit Offshore gaat het vooral om grote projecten in de offshore olie- en gasindustrie. Onder andere de aanleg, het vervangen van en het onderhoud aan onderwaterpijpleidingen. In deze industrie staan vanwege de lage olieprijs de prijzen momenteel enorm onder druk. Hierdoor is het belang van risicomanagement flink toegenomen. Ook  in de offshore windindustrie is Van Oord actief. Een industrie waar risicomanagement een grote rol speelt. Van Oord voert hier grote projecten uit, waar veel verantwoordelijkheid mee gemoeid is. Ze staat garant voor het hele ontwerp, de levering, de inkoop en bouw van windmolenparken. Hierdoor trekt het bedrijf veel risico’s naar zich toe.

Lange adem

Zoals eerder genoemd is structureel risicomanagement relatief nieuw bij Van Oord. Om een succesvolle implementatie te bewerkstelligen is het volgens Wismans essentieel om verder te bouwen op de al bestaande werkwijzen in het bedrijf. Daarnaast dient men zich te realiseren dat de implementatie van risicomanagement  een proces is van de lange adem.

Betrokkenheid van de Board cruciaal

Wanneer er gekeken wordt naar het proces zoals dat door Van Oord wordt gehanteerd in relatie tot risicomanagement, dan legt Wismans uit dat de Board acht key focus areas in Van Oord heeft aangewezen. Hiervan is risicomanagement er één. In het proces van het binnenhalen van een project tot aan de uitvoering, heeft Van Oord een aantal quality gates (stage gates)  ingebouwd. Het risicomanagement proces sluit hierop aan en vormt een belangrijk onderdeel van het besluitvormingstraject. Bij iedere stage gate wordt gebruik gemaakt van risicoinformatie die uit de risicomanagement cyclus komt. Bij stage gate 1 wordt bijvoorbeeld besloten of Van Oord wel of niet zal  tenderen. Hier ligt een commerciële en strategische afweging aan ten grondslag, maar ook het risicoprofiel van een werk wordt in deze afweging meegenomen.

Risk en Opportunity Database

Van Oord heeft een risk and opportunity identification list ontwikkeld. Hierin zitten ongeveer 150 risico’s verdeeld over twaalf risicogebieden waar het bedrijf in veel van haar projecten mee te maken heeft. Voorbeelden zijn: Political and Economical, Physical Conditions, Environmental Impact, Procurement and Subcontracting, Safety & Health and Security, Contractual and Legal. Het proces begint bij de risico identificatie. In een omgeving waar veel technische mensen werken, die de neiging hebben snel van probleem naar oplossing te gaan, is de toegevoegde waarde van risicomanagement het verzamelen van alle input en het daarin aanbrengen van de noodzakelijke structuur.

Lessons learnt

Om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van risico’s is niet alleen de lijst met de twaalf risicogebieden  belangrijk, maar ook de lessons learnt. In de eindewerkrapporten ligt een enorme schat aan informatie, ook over de opgetreden risico’s. Daarnaast zijn er gesprekken met projectleiders die kennis hebben van een bepaald gebied essentieel.

Iedereen aan tafel!

Wismans legt uit hoe hij de analyses begeleidt: “We zitten met begroters en werkvoorbereiders om tafel, analyseren de risico’s en zoeken voortdurend naar optimalisatie. Als je scherp gaat wil je uiteraard ook weten waar je aan toe bent. Tenders met een waarde van meer dan vijftig miljoen euro moeten sowieso langs onze Board. Een van de elementen die daar op tafel komt te liggen is risicomanagement en de noodzakelijke reserveringen. Als de Board kritische vragen stelt, zit de Risico Engineer veelal aan tafel om toelichting te geven”. Volgens Wismans is Van Oord met het risicomanagement op de goede weg, maar er valt nog meer winst te behalen. Deze zit met name in de betrokkenheid tijdens de uitvoering van projecten. Een stijgende lijn is al wel te zien.

Automatisering voor borging en eenvoud

schermafbeelding-2017-01-12-om-23-13-29

Daarnaast wordt er  gewerkt aan automatisering. Wismans vertelt dat Van Oord momenteel samenwerkt met Naris. Het bedrijf heeft een eigen kennisdatabase ontwikkeld, gebaseerd op NARIS GRC, maar met een Van Oord look and feel. Voor elk project worden daar de risico’s in gehangen en de projecten worden weer onverdeeld in area’s of typen projecten. Wanneer er een redelijk aantal projecten in is opgeslagen, kun je binnen area’s of op typen projecten een statistische analyse doen.

Een systeem zoals Van Oord nu heeft, een soort op maat gemaakte NARIS GRC, zorgt ervoor dat mensen meer gestimuleerd en gedwongen worden om over risico’s na te denken, deze systematisch te identificeren en te structureren.  Middelen als de risk and opportunity identification list, geven structuur en houvast. En bovendien een beter begrip van de risico’s. 

Gouden tips:

  • Mensen/managers moeten risicomanagement echt willen adopteren, wil het werken
  • Een risicomanager moet pro-actief zijn, hij moet veel uitleggen en sturen, meer brengen dan halen en zichzelf kunnen verkopen
  • Zorg voor realistische doelstellingen en verwachtingen
  • De risicomanager moet een duidelijk zichtbare plaats in de organisatie hebben

 


1 reactie

Voorkom het einde van de Corporatie

“Momenteel concurreert een koopwoning van € 250.000 rechtstreeks met een sociale huurwoning” hoor ik Ger Hukker deze week op BNR zeggen. Dat klinkt absurd maar na een paar minuten hoofdrekenen moet ik hem bijna gelijk geven. Tenminste als het op maandlasten aankomt. Als dit het nieuwe normaal is geworden, dan kan dit het einde betekenen van de woningcorporatie zoals wij die nu kennen. En, vanuit risicomanagement bezien leidt dat natuurlijk tot de vraag hoe je hier als beslisser op kunt reageren?

Eerst maar even rekenen

De actuele hypotheekrente voor een lening met NHG en een 10 jaar rentevastperiode bedraagt momenteel ca. 2,25%. Voor de eenvoud stellen we de lening gelijk aan de koopsom uit het voorbeeld van Hukker: € 250.000. De maandelijkse annuïteit (rente + aflossing) bedraagt dan bruto € 960. Houden we vervolgens rekening met het eigen-woningforfait van 0,75% (€ 1.875 per jaar) en renteaftrek tegen 40%, dan leidt dit tot een netto maandlast van € 835. De redenering van Hukker blijkt dus toch iets te kort door de bocht. De maximale huurprijs van een sociale huurwoning is immers € 700.

Maar voor een volledige vergelijking moeten we ook rekening houden met de onderhoudskosten en eigenaarslasten en dan blijkt de koopwoning in dit voorbeeld zelfs nog iets meer te kosten. Laten we voor het gemak zeggen: netto € 1.000 per maand. Hier tegenover staat dat in de maandelijkse annuïteit ook een bedrag van € 495 aan aflossing is begrepen. Zo bouwt de eigenaar bewoner in het eerste jaar al direct ruim € 5.900 vermogen op door de (verplichte) aflossing. De moraal van dit verhaal: de feitelijke maandelijkse kosten voor een woning van € 250.000 bedragen €1.000 -/- € 495 (aflossing) = € 505. En dat concurreert wel rechtstreeks met een sociale huurwoning.

De corporatie dicht de fiscale kloof

Voor de corporatiepraktijk is het beter om bovenstaande rekensom te maken voor een woning van € 150.000. Dat is namelijk bij benadering de landelijk gemiddelde WOZ-waarde van een corporatiewoning. We komen dan uit op een netto maandlast incl. onderhoud en eigenaarslasten van iets meer zo’n € 700, waarin begrepen een aflossing van € 300 per maand. Per saldo kost deze woning dus maar € 400 per maand.

Bij een gelijke woningwaarde (=wooncomfort) is een huurwoning dus peperduur. Veel consumenten hebben dat inmiddels ook door. De vraag naar betaalbare koopwoningen is dan ook sterk gestegen: mensen die kunnen kopen doen dat weer massaal. Kun je niet kopen, en dat geldt voor de meeste corporatiehuurders, dan moet je sociaal (?) blijven huren.

Het einde van de woningcorporatie?

Het wrange van deze situatie is dat de hoge -sociale- huren niet zo zeer het gevolg zijn van het tekortschieten van de corporaties maar vooral van bizar overheidsbeleid. Op elke huurwoning van € 150.000 drukt namelijk een jaarlijkse fiscale last (verhuurderheffing) van € 740. Als dezelfde woning door een koper wordt bewoond, slaat deze last abrupt om in een fiscale “subsidie”. De koper heeft dan als gevolg van de hypotheekrenteaftrek namelijk een voordeel van € 900 per jaar. Per woning dicht de corporatie dus een fiscale kloof van € 1.640 per jaar (zie afbeelding)

Schermafbeelding 2016-03-24 om 17.37.54

Zo bezien werkt het huidige fiscale beleid als een sluipmoordenaar voor de woningcorporatie. Zeker nu corporaties, sinds de invoering van de nieuwe Woningwet, in toenemende mate zijn gedwongen tot ‘monocultuur’: Ze moeten zich beperken tot 100% sociale verhuur en zijn terughoudend (geworden) met het toepassen van alternatieve vormen van vastgoedexploitatie. Ook kwetsbare “net-niet-doelgroepen” vinden bij veel corporaties geen gehoor meer. Het mag geen verrassing zijn dat deze monocultuur de kwetsbaarheid van de corporatie flink vergroot. Een risicovol toekomstperspectief met hoge impact en nauwelijks direct te beïnvloeden kan op termijn einde betekenen van de woningcorporatie zoals wij die nu kennen.

Wat te doen?

Laten we ervan uit gaan dat elke beslisser of toezichthouder in de corporatiesector niet lijdzaam wil wachten tot de laatste huurder zijn sleutels komt inleveren. Want natuurlijk zijn er natuurlijk er alternatieve strategische beleidskeuzes mogelijk.

Dergelijke beleidskeuzes kunnen worden gezocht met behulp van scenarioplanning. De corporatie verzamelt zo veel mogelijk van de belangrijkste relevante informatie over de verwachte ontwikkeling van de bevolking, de economie, de sociale structuren etc. Een bekende methode is de DESTEP-methode en het is van groot belang dat deze externe factoren zo veel mogelijk worden vertaald naar het eigen lokale niveau. De verwachte bevolkingsontwikkeling in Parkstad Limburg zal immers sterk afwijken van de Metropoolregio Amsterdam.

Scenario’s, en dan?

De externe ontwikkelingen worden vervolgens geconfronteerd worden met het producten en dienstenaanbod van de corporatie. Verwachten we blijvend lage rente en blijven koopwoningen relatief goedkoop ten opzichte van huur met als resultaat dat huurwoningen zichzelf uit de markt prijzen? De legitimatie van de sociale huurwoning komt dan in het geding. Als reactie hier op kan er voor gekozen worden om een deel van de woningen te verkopen. Of is een andere aanpak mogelijk, bijvoorbeeld het verlagen van de huren in grote delen van de woningvoorraad. Een langdurig lage rente levert de corporatie immers veel ruimte in de exploitatie op.

Schermafbeelding 2016-03-24 om 17.39.40

 Scenarioplanning als onderdeel van risicomanagement

De corporatie die van mening is dat zowel haar legitimatie als haar toekomst in gevaar is wacht niet lijdzaam af. Nietsdoen kan immers op termijn grote risico’s met zich meebrengen. Door weloverwogen en met respect voor de eigen (on)mogelijkheden de verschillende externe risico’s te vertalen naar concrete beleidskeuzes kan ook op langere termijn ‘het verschil worden gemaakt’. Scenarioplanning is daarbij niet ‘een kunstje’  van de beleidsafdeling maar maakt een wezenlijk onderdeel uit van het van het (strategisch) risicomanagement van de corporatie.

Erik van Marle en Rein Bakker, Nederlands Adviesbureau Risicomanagement


3 reacties

Proud to be fout!

robertthart's avatarRobert 't Hart

Hoe makkelijk klinkt het niet; we willen een positieve fouten cultuur. Maar hoe moeilijk is de praktijk. Je leert het meest van gemaakte fouten door ze met elkaar te delen. Maar zie jij je zelf met een microfoon in de hand een zaal toespreken over je Grootste Fout? Dat vergt Lef met een fikse hoofdletter. Er zijn echter wekelijks meer dan honderdduizend mensen in 26 landen die luisteren naar een spreker die iets ernstig heeft verprutst.

FuckUp Nights

Tijdens deze zogeheten FuckUp Nights, een netwerkborrel in een café-achtige setting, kun je gedurende maximaal zeven minuten je grootste zakelijke blunders delen voor een publiek. Iedereen in het publiek kan op het podium geroepen worden om zijn flater te delen, zodat leedvermaak er niet bij is. Een van de ongeschreven regels is dat de blunder niet op het conto mag komen van privéomstandigheden. Een andere – en misschien wel de allerbelangrijkste…

View original post 217 woorden meer


2 reacties

Risico vs Rendement ver te zoeken in de Bankensector!

Ondernemen is risico lopen. Iedere organisatie moet risico’s nemen om vooruit te komen. Nergens gaat de zon voor niks op. Lijkt dit wel het geval dan is het zaak om extra alert te zijn, door te vragen, etc. We hebben genoeg voorbeelden wanneer we dit zouden moeten doen of hadden moeten doen! De woekerpolis, Vestia, de mondiale bankencrisis, etc.

Deze week komt de salarisverhoging van de bestuurders in het nieuws. De uitleg van bestuursvoorzitter Zalm van ABN AMRO is op z’n minst opmerkelijk.

Vanwege het afschaffen van de variabele beloning mag de vaste verhoogd worden met maximaal 20%. Wij hebben maar 16.2% gedaan! In absolute getallen meer dan € 100.000,=!!

Mijn persoonlijke mening is dat de banken zoals wij die in Nederland hebben voornamelijk een nutsfunctie hebben. Ze zijn erg belangrijk en niet meer weg te denken uit het gehele economische systeem. In ieder geval nu en de komende jaren. Bovendien is het een markt die zeer moeilijk toegankelijk is voor nieuwe toetreders. Men kan dus bijna spreken van een monopoliemarkt voor de bestaande dienstverleners.

Van deze positie hebben banken reeds jaren schaamteloos gebruik gemaakt. De voorzitter van ING noemde ergens in 2013/2014 al dat de financiële sector gemiddeld 20% meer verdiend dan andere branches. De producten die ze hebben verkocht aan bedrijven en particulieren bleken niet toekomstproof, zowel voor de afnemers als voor de banken zelf. De grootste risico’s voor het voortbestaan ontstaan in deze sector net als in andere sectoren. Zodra het vertrouwen in het bedrijf / bank afneemt gaat het snel. Want dan blijken de financiële reserves ver onder de maat. Daar waar ze zelf over adviseren naar hun klanten blijken ze zelf ook niet helemaal op orde te hebben.

MET 1 VERSCHIL

Als het met de bank misgaat springt de maatschappij bij. Daar kan geen enkele andere ondernemer op rekenen.

Kortom, er is weinig tot geen risico voor de bank. Als het risico laag is, is het rendement vaak ook laag. Een logisch gevolg is voor de gemiddelde ondernemer dat er geen topinkomsten tegenover staan.

risico rendement

Begrijp mij niet verkeerd. De verantwoordelijkheden voor een bestuurder van een bank zijn groot. Enerzijds vanwege hun functie in het economische systeem, anderzijds vanwege de omvang van de organisaties en de beslissingen die hierbij horen om ze gezond te houden. Hier mogen best behoorlijke salarissen tegenover staan. Maar salarisverhogingen zoals deze week over is gesproken staan buiten alle proportie.

Het wordt tijd dat dhr. Zalm of zijn sectorgenoten eens echt zelfstandig gaan ondernemen. Dus de pijn voelen als een beslissing minder goed uitvalt en de euforie als het goed gaat.


Een reactie plaatsen

De Chief Risk Officer is de doodsteek voor Risicomanagement?

In het recent verschenen 2e Nationale Onderzoek naar Risicomanagement in Nederland wordt gesuggereerd dat het hebben van een CRO een van de weinig positieve conclusies is die getrokken mag worden. Een cynicus zou antwoorden dat bij deze bedrijven de CRO de antwoorden heeft gegeven….

Er wordt al jaren gesproken over het nut en noodzaak van een CRO. Wat willen we dan? Dat de CRO de board bijpraat over de risico’s? Of reflectie geeft op de strategie vanuit zijn zicht op de risico’s? Elke zichzelf respecterende board moet zelf weten welke risico’s er samengaan met de strategie die ze aan het uitvoeren zijn.

Dia1

Zodra een risk officer CHIEF wordt, ontstaat er een verkeerde verantwoordelijkheid. Ten eerste heeft iedereen in de board over het algemeen duidelijke taken en verantwoordelijkheden, een op een gekoppeld aan de prestaties van de organisatie. De CRO is daarmee dan verantwoordelijk voor de risico’s? Dit kan dus nooit het geval zijn want voor risico’s voel je je alleen verantwoordelijk als je ook iets kan met de upside ervan. Zonder risico geen rendement. Ten tweede, en zoals Martin van Staveren in zijn reflectie ook al concludeert is dat risicomanagement veel te veel wordt opgehangen aan structuur, systeem, compliance en bureaucratie. Terwijl het draait om de houding en het gedrag van het gangbare management. Dit los je niet op door een CRO aan te stellen, om de reeds hierboven benoemde argumenten.

Wat is er dan wel nodig?

In optima forma is er een board die zichzelf en zich door anderen kritisch laat bevragen op de strategie en de risico’s die hier mee samenhangen. De voorzitter speelt de cruciale rol. De voorzitter wordt gevoed uit de organisatie met informatie welke managers zich actief en welke zich niet actief bezig houden met strategierealisatie. In deze vraag zit verscholen; wat doe je aan de strategie, welke risico’s zie je, hoe beheers je de maatregelen die we hebben afgesproken?

Hierbij kunnen we dus geen CRO gebruiken die de gaatjes dichtloopt voor de managers die hier niet op acteren!


Een reactie plaatsen

Ontspannen toezichthouders krijgen scherpe bestuurders

We gaan hier niet het antwoord geven op wanneer u een goede toezichthouder bent. Dat weet ik gewoonweg niet. Ik zie echter wel veel toezichthouders voorbij komen en deel hier de ervaringen.

comfortzoneEen rode draad die mij opvalt is de mate van ontspannenheid. En dan niet alleen wanneer het goed gaat maar ook wanneer het niet goed gaat. Weten wanneer je voor de bestuurder staat en wanneer er achter.

Ontspannen toezichthouders:

Stellen betere vragen, kennen ieder moment hun rol, helpen maar nemen niet over, zijn bereikbaar voor iedereen, zorgen voor een goede sfeer, houden van ondernemen en dus van risico’s, houden ook van verantwoording maar niet van bureaucratie, houden van een zelfverzekerde kwetsbare bestuurder, zien toezicht als 24/7/365 per jaar, durven zelf ook!, houden van alternatieven, hebben waardering voor gevoel, spreken zich uit, etc.

Een bestuurder met een ontspannen toezichthouder hoeft niet op scherp te worden gezet, dat staat hij continue!

 

Wat doet een toezichthouder die niet ontspannen is?


Een reactie plaatsen

Risicomanagement draait om discipline en mentaliteit!

Vele organisaties geven hoog op over hun risicomanagement. Systemen zijn ingericht, mensen worden getraind op kennis en vaardigheden, het is onderdeel van de Planning en Control Cyclus, jaarlijks worden risicoanalyse gehouden, etc. We kennen allemaal het COSO model, de ISO 31000 norm, MOR wellicht ook nog. Aan alle vereisten wordt voldaan. Toch? geloof-in-eigen-kunnen

En we twijfelen allemaal of al deze inspanningen voldoende zijn. En bij twijfel gaan we nog meer doen / inrichten /rapporteren.

Waar draait het naar mijn mening echt om?

Discipline
Welke organisaties hebben de discipline risicobewust te handelen. Bij iedere beslissing de afweging te maken of de risico’s opwegen tegen de kansen. Staan ze in verhouding tot elkaar? Welke organisatie heeft de toewijding, het commitment om deze risicoafweging echt onderdeel uit te laten maken van iedere besluitvorming. En niet te wachten tot de volgde P&C Cyclus.

Mentaliteit
Om de discipline op te kunnen brengen is de juiste mentaliteit nodig. Risicoalertheid ontstaat als het onderdeel wordt van het denk- en gedragspatroon van de organisatie. Alleen dan bereik je dat we elkaar durven aan te spreken en erop te attenderen dat risicoalert handelen ons successen brengt. Deze mentaliteit maakt organisaties succesvol.

Systemen zijn op te zetten en te omzeilen, af te vinken. Kennis is te trainen en te vergeten. Vaardigheden zijn aan te leren en weer te vergeten. Als Mentaliteit en Discipline onderdeel zijn van het gedachtegoed van een organisatie valt er niet aan te ontkomen. Je bent onderdeel van de organisatie en anders past het niet! Rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn duidelijk en bespreekbaar op ieder moment.

En daarom, risicomanagement valt alleen als organisatie in z’n totaliteit te implementeren en niet ergens te beginnen en te hopen dat het overwaait.


Een reactie plaatsen

Competenties of verstand van zaken?

Vandaag in het FD stelt Hans Dijkstra ‘als kennis van zaken en gezond boardroomverstand als selectiecriteria net zo zwaar wegen als veronderstelde ‘boardroomsocialisatie’ is er een overschot aan beschikbare competente commissarissen in Nederland.

Water loopt van boven naar beneden…….. Als het aan de top al zo is, wat kunnen we dan verwachten van de organisatie zelf?

Wie durft er OENige vragen te stelen (open, eerlijk en neutraal). We zeggen wel dat we dit willen en doen maar wat mij opvalt alleen op de makkelijke momenten. Als het echt ergens over gaat, wie staat er dan op?

Gisteren heb ik een verhaal gehouden over Strategisch Risicomanagement. Ik betrap mezelf erop dat ook ik begin met Missie, Visie, Speerpunten, Doelstellingen, Succesfactoren en Risicofactoren. Zou strategie bepaling niet moeten beginnen met de zelfevaluatie en misschien wel nieuwe selectie van degenen die het moeten bedenken en gaan doen?

Zomaar wat vragen:verandering

  1. Hoe goed is de mens in veranderen?
  2. Hoe snel adopteren we nieuwe werkwijzen?
  3. Als je er niet in gelooft, kun je het dan wel uitdragen?
  4. Wat doet het met je ego als je na 10 jaar het een te hebben gedaan nu het anders gaat doen?

En volgens mij speelt het bovenstaande in alle lagen van de organisatie. Immers, bij een nieuwe strategie horen nieuwe risico’s en een nieuwe risk appetite. Hoe moeilijk is het om te veranderen als mens van risico mijdend naar risico nemend?

In aansluiting op waar Hans Dijkstra mee begon; fundamentele veranderingen vraagt ook om andere mensen, dit is zo bij commissarissen, bij de rabobank en ook bij organisaties in het publieke bestel.


Een reactie plaatsen

De lessen van een goede balans tussen risico’s en plezier

24 uurs race 2013 037Mijn laatste zeilvakanties hebben mij weer veel inspiratie opgedaan en veel geleerd over hoe je risico en fun met elkaar kunt combineren. Het lekkere gevoel komt op de momenten wanneer we, onder het genot van een drankje veilig in de haven, de reis evalueren.  In het heetst van de strijd, in een wedstrijd of in gevecht met de natuurelementen is daar natuurlijk geen tijd voor.

Op vakantie hebben we regelmatig tegen elkaar gezegd dat het zo’n mooie tocht was omdat we op tijd onze zeilvoering hadden aangepast. Het is meerdere malen gebeurd dat tijdens de tocht de windkracht toenam van 3 bft naar 6 bft. Van spinnaker varen naar gereefd grootzeil en genua. Heerlijk zo’n tocht waarbij je geen moment het gevoel hebt gehad dat er geen controle was. Een veilig gevoel, belangrijk voor de rust in de familie en het plezier in zeilen. Dit ondanks veranderende omstandigheden, toenemende onzekerheden, etc.
In een zeilwedstrijd gaat het om de snelheid van handelen. Degene die de wedstrijd wint is meestal degene die de minste fouten maakt en ze het snelste weet op te lossen. In een team waarin communicatie, timing, kennis van zaken en veiligheid continue met elkaar in balans moeten zijn worden continue kleine vergissingen begaan. Voor ons was het een eerste seizoen met spinnaker, dus veel nieuwe handelingen. Het gaf mij de meeste kick dat in een van de laatste wedstrijden we 2 grote vergissingen beginnen maar we ze beiden in no-time hadden hersteld. Sneller dan onze concurrenten en dus goed voor de einduitslag!
Wat kunnen we er van leren:
  • Shit happens! Er zullen altijd zaken zijn die niet zo lopen als verwacht;
  • Anticiperen wordt makkelijker als je vooraf afspraken maakt in welke omstandigheden actie geboden is;
  • Continue je omgeving in de gaten houden en er naar handelen;
  • Beter iets te vroeg reageren dan te laat. Tijd geeft rust om goed te handelen;
  • Oefening baart kunst, bepaalde scenario’s moet je gewoon oefenen;
  • Duidelijke taakverdeling verhoogt routine en zorgt voor minder regels en procedures;
  • Iedereen is gelijk en heeft dezelfde stem omdat alles van elkaar afhankelijk is, de kapitein doet de coördinatie en bepaalt de volgorde;
  • Duidelijke instructies vooraf zorgt voor minder miscommunicatie;
  • Evalueren kan alleen in een veilige haven.


Een reactie plaatsen

Toezichthouder moet de schaamte voorbij!

Gisteren was een mooie dag in de eerste kamer. De presentatie van het boek Waar is de Raad van Toezicht deel III wat onder leiding van Goos MInderman tot stand is gekomen. Ik licht even de reactie van Edith Hooge van de Universiteit van Tilburg eruit. moreel kompas

Deze verklaring van ambitieus toezicht komt als geroepen. De afgelopen vijftien jaar zijn we met name bezig geweest met de harde kant van de governance codes, het is hoog tijd dat we elkaar gaan aanspreken. Het morele kompas van bestuurders en toezichthouders moet weer geijkt worden!

Edith gaf aan dat dit moeilijk is. Het is bijna tegen natuurlijk gedrag van mensen wat geëist wordt. Mensen hebben namelijk de volgende eigenschappen:

  • Zelfoverschatting; hoe hoger we zijn opgeleid hoe beter we onszelf vinden. Dan kan het toch niet zo zijn dat we zaken in een RvC vergadering niet begrijpen? We stellen dan ook maar geen vragen.
  • Goed praten; niemand vind het prettig om fouten toe te geven. Het is vaak zo dat we juist meer risico gaan nemen op het moment dat we fouten hebben gemaakt. We zijn er goed in om slecht nieuws verzachtend te brengen. De echte feiten komen vaak niet op tafel!
  • Schaamte; we schamen ons voor wat we niet weten, wat we niet begrijpen of om ons onderbuikgevoel uit te spreken. Want als we het mis hebben voelt dit als een verlies waarvoor we ons schamen.
  • Angst voor reputatie; afhankelijk van je reputatie wordt je gevraagd voor andere mooie uitdagingen. Wij maken altijd de afweging wat een bepaalde stellingname betekent voor de rest van je carrière.
  • Conflictvermijding; wij houden niet van conflicten want in de volgende vergadering moeten we ook weer met elkaar door. Hoe vaak worden omwille van de sfeer zaken niet gezegd of uitgesproken?
  • Niet buiten de groep willen vallen; Als RvC lid maak je onderdeel uit van de groep. Te vaak het niet eens zijn met de groep maakt dat we er buiten kunnen vallen. Dit willen wij mensen altijd proberen te voorkomen.

Toezichthouders zijn en blijven mensen en we zullen met elkaar dan ook rekening moeten houden met onder andere de bovenstaande gedragskenmerken. Een ambitieuze toezichthouder heeft hier oog voor en maakt deze bovenstaande zaken bespreekbaar voordat de eerste lastige situaties zich voordoen.

De wil is er, nu moeten we het gaan doen!