Erik van Marle – Blog over risicomanagement

www.naris.com


Een reactie plaatsen

Welke vraag over risico’s stel jij je collega’s?

De ontwikkeling van risicomanagement is de laatste jaren heel snel gegaan. Waar het een paar jaar geleden nog ging om de harde kant (cijfers, kwantificeren, systemen en structuren) gaat het tegenwoordig om de ‘hardnekkige’ kant. De tijd is voorbij dat men denkt dat risicomanagement in een paar weken is te implementeren!

In de praktijk merk ik dat veel organisaties werken met risicolijsten die eens per kwartaal of per half jaar worden geactualiseerd. Doe je dan als organisatie aan risicomanagement? Ik noem dit de grote P&C valkuil. Nieuwe initiatieven probeert men vaak te borgen door er een proces voor af te spreken wat regelmatig terugkeert. Soms gaat men zelfs zover dat er een specifieke manager wordt aangesteld om het proces te beheersen. Een voorbeeld hiervan is de kwaliteitsmanager en als we niet oppassen komt er ook overal een risicomanager. Verantwoordelijk voor de risico’s? De praktijk leert dat het heel moeilijk is om als risico of kwaliteitsmanager afstand te houden van de inhoud. En bovendien, risico’s wachten niet op de volgende rapportage cyclus!

Goed risicomanagement is onderdeel van het DNA van een organisatie en iedereen heeft daar een rol in. Alertheid, daar draait het om. Alertheid op ieder niveau is relevant! Hoe bereik je deze alertheid?

Deze alertheid bereik je met name door de juiste vragen paraat te hebben. Een goede implementatie van risicomanagement begint dan ook met het aanleren van kennis en vaardigheden om de juiste vragen te kunnen stellen. Deze vragen verschillen per rol. De toezichthouder stelt andere vragen aan de bestuurder dan dat de projectleider stelt aan het projectteam.

Je krijgt wat je vraagt! Met de goede vraag komt de inhoud vanzelf. Een goede vraag prikkelt en laat de mensen nadenken over welke risico’s voor hun beslissing relevant zijn en hoe dit de prestatie van de organisatie kan beïnvloeden.

Een goede vraag leert je om de kwestie te begrijpen en leidt tot een alerte organisatie die vertrouwen wint van haar stakeholders.


Een reactie plaatsen

Too Big to Fail

In de bankencrisis hebben we kennisgemaakt met het fenomeen Systeembanken. Deze banken zijn fundamenteel voor het vertrouwen van de maatschappij in ons financiële stelsel. Door de overheid wordt alles uit de kast gehaald om te voorkomen dat deze banken failliet gaan.

Tegenwoordig hebben we ook Systeemcorporaties! Deze corporaties zijn zo groot geworden dat bij een faillissement het de maatschappij kan ontwrichten. De overheid doet er op dit moment alles aan om dit te voorkomen. Zowel op landelijk als op regionaal / plaatselijk niveau worden vragen gesteld wat de impact is van het Vestia debacle. Velen beseffen nu pas dat er een vergaand garantiestelsel in werking kan gaan treden bij failleren. Dit loopt via de andere corporaties, het waarborgfonds zelfs tot aan de gemeenten. Deze laatsten hebben vaak niet inzichtelijk voor welk bedrag ze garant staan voor corporaties (of zorginstellingen). Vestia kan de branche meer kosten dan de ‘Vogelaarwijken’, de VPB en de Huurtoeslag bij elkaar!

Maar waar zitten de overeenkomsten tussen het bankstelsel en de corporatiesector? Die zijn er in mijn ogen niet. Een corporatie is toch van een andere orde dan een bank, verantwoordelijk voor het vertrouwen in het monetaire stelsel? Dan rijst de vraag of corporaties ook te groot kunnen worden? Ja dus! Onder het geldende stelsel van (intern) toezicht, governance en wetsstelsel is het niet wenselijk dat een corporatie zo groot wordt en daarmee enorme financiële risico’s aan kan gaan dat het een hele sector en zelfs de lokale overheid kan bedreigen.

Met het beperken van de omvang van corporaties maken we zaken overzichtelijker en kunnen we veel incidenten voorkomen. Het wordt overzichtelijker voor de toezichthouder, maatschappelijke prestaties kunnen weer lokaar ingevuld worden ipv landelijk, garanties kunnen vervallen en/of worden overzichtelijker en de corporatie komt weer dicht te staan bij diegenen waarvoor ze werken, de huurders.

Erik van Marle
Partner Nederlands Adviesbureau Risicomanagement 


1 reactie

Red Flags voor de Raad van Commissarissen

Als men de incidenten over de afgelopen jaren op een rij zet zijn er grote gelijkenissen te trekken. Willen we voorkomen dat dit een broeihaard van incidenten blijft zal er een andere vorm van waakzaamheid vereist zijn.

Wat opvalt bij alle incidenten is dat hier sprake was van 1 bestuurder, het branchevreemde activiteiten betrof, bij de belangrijke / risicovolle beslissingen slechts een paar mensen betrokken waren, aanspreekbaarheid ontbrak, en het toezicht uit het ‘bevriende’ netwerk kwam. Meer regelgeving en verscherpt toezicht zijn de bekende wegen. Naar mijn mening zijn er andere signalen die veel meer zeggen over de gang van zaken binnen een bedrijf, de zogenaamde Red Flags.

Red Flags kunnen zijn: scheiding van je eerste partner, grote prive investeringen, aanschaf exotische auto’s, fusiekoorts, hoge salarissen, bestuurder van het jaar, hoog verloop in het management team, afhouden van meerdere contacten tussen de RvC en de organisatie, etc. Deze ‘Flags’ lopen als rode draad door bijna alle incidenten van de afgelopen jaren. Ga maar na!

Het gaat dus niet om meer inhoudelijke kennis maar om het herkennen van goed huisvaderschap dat past bij de organisatie die je wilt zijn.

Wellicht is het een idee om corporaties vanaf een bepaalde omvang te verplichten 2 bestuurders aan te stellen. Zo creëert men in ieder geval een natuurlijke verantwoording zonder hiërarchische drempels.

Drs. Erik van Marle

Partner Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement