Mijn laatste zeilvakanties hebben mij weer veel inspiratie opgedaan en veel geleerd over hoe je risico en fun met elkaar kunt combineren. Het lekkere gevoel komt op de momenten wanneer we, onder het genot van een drankje veilig in de haven, de reis evalueren. In het heetst van de strijd, in een wedstrijd of in gevecht met de natuurelementen is daar natuurlijk geen tijd voor.
Op vakantie hebben we regelmatig tegen elkaar gezegd dat het zo’n mooie tocht was omdat we op tijd onze zeilvoering hadden aangepast. Het is meerdere malen gebeurd dat tijdens de tocht de windkracht toenam van 3 bft naar 6 bft. Van spinnaker varen naar gereefd grootzeil en genua. Heerlijk zo’n tocht waarbij je geen moment het gevoel hebt gehad dat er geen controle was. Een veilig gevoel, belangrijk voor de rust in de familie en het plezier in zeilen. Dit ondanks veranderende omstandigheden, toenemende onzekerheden, etc.
In een zeilwedstrijd gaat het om de snelheid van handelen. Degene die de wedstrijd wint is meestal degene die de minste fouten maakt en ze het snelste weet op te lossen. In een team waarin communicatie, timing, kennis van zaken en veiligheid continue met elkaar in balans moeten zijn worden continue kleine vergissingen begaan. Voor ons was het een eerste seizoen met spinnaker, dus veel nieuwe handelingen. Het gaf mij de meeste kick dat in een van de laatste wedstrijden we 2 grote vergissingen beginnen maar we ze beiden in no-time hadden hersteld. Sneller dan onze concurrenten en dus goed voor de einduitslag!
Wat kunnen we er van leren:
Shit happens! Er zullen altijd zaken zijn die niet zo lopen als verwacht;
Anticiperen wordt makkelijker als je vooraf afspraken maakt in welke omstandigheden actie geboden is;
Continue je omgeving in de gaten houden en er naar handelen;
Beter iets te vroeg reageren dan te laat. Tijd geeft rust om goed te handelen;
Oefening baart kunst, bepaalde scenario’s moet je gewoon oefenen;
Duidelijke taakverdeling verhoogt routine en zorgt voor minder regels en procedures;
Iedereen is gelijk en heeft dezelfde stem omdat alles van elkaar afhankelijk is, de kapitein doet de coördinatie en bepaalt de volgorde;
Duidelijke instructies vooraf zorgt voor minder miscommunicatie;
In deze tijden van crisis waarin iedereen de broekriem moet aanhalen is er veel aandacht voor bedrijfsvoering en niet voorde toegevoegde waarde van wat de organisatie oplevert. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om onderwijs, woningcorporaties of zorginstellingen.
In combinatie met de groeiende eis van risicobeheersing leidt dit langzamerhand tot een explosie van risicomanagement systemen. Op het gebied van kwaliteit, compliance, tactisch, operationeel, strategisch, financieel, juridisch, veiligheid, etc.
Hoe meer risico er gevonden kan worden hoe meer er mis kan gaan! Met als gevolg dat niemand meer onderneemt.
Als we er maar in slagen om alles wat mis kan gaan vast te leggen kunnen we ons in ieder geval verantwoorden, lijkt de gedachte.
In mijn ogen hebben we het dan niet over risicomanagement systemen en vertroebelt dit soort informatie juist het beeld naar een heldere strategie. Je krijgt wat je vraag! Als een bestuurder of toezichthouder vraagt om details krijg je details maar zal het meer moeite kosten om zicht te krijgen op het totaal.
Zicht op risico’s leidt tot betere besluitvorming en helpt bestuurders en toezichthouders de juiste analyses te maken. Dit vraagt wel de nodige kennis en vaardigheden om boven de materie uit te kunnen stijgen. Doen we als organisatie de goede dingen en doen we ze goed? Staan de risico’s die we onontbeerlijk lopen in verhouding tot de opbrengsten?
Laten we dus ophouden om verantwoording te koppelen aan risicomanagement en dan zullen we concluderen dat er maar weinig systemen zijn die bestuurders en toezichthouders echt helpen om beslissingen te kunnen nemen.
De commissie Halsema doet er goed aan om, niet zoals tot op heden gebruikelijk is vanuit een mooi theoretisch of maatschappelijk kader allerlei normen te gaan formuleren, aan te sluiten bij de beweging die in een groep van zeer verantwoordelijke toezichthouders is ingezet.Onder de titel ‘Waar is de raad van toezicht, deel III’ hebben 51 toezichthouders een moreel kompas voor hun eigen toezicht geschreven. Ongeveer 650 toezichthouders willen zich hieraan committeren. Zij geven aan dat deze nieuwe ‘beroepsgroep’ heel goed zelf in staat is om een moreel kompas te schrijven en hebben daarvoor geen regeringscommissie nodig.
13 juni jl. presenteerden de toezichthouders de Verklaring Ambitieus Toezicht. Het onderzoek van het Zijlstra Center en NAR dat daaraan voorafging was gericht op de vraag of toezichthouders inmiddels een eigen richting en koers kunnen formuleren: wat zijn de ambities van de toezichthouders zelf? De Verklaring geeft een compleet overzicht van ambities die allemaal beginnen met de combinatie: ‘ik wil….’. Ik wil ruimte om zelf informatie te verkrijgen. Ik wil ruimte om meer vanuit mijn gevoeld te opereren. Ik wil mijn werkgeverschap van het bestuur beter invullen. En nog een twintigtal andere ambities.
Opvallende uitspraken:
aansprakelijkheid gaan we niet uit de weg : in beginsel is de toezichthouder overal voor aanspreekbaar en overal voor aansprakelijk. Dat is toch tamelijk moedig.En: toezichthouders die zich laten neppen door bestuurders die willens en wetens informatie achterhouden of verdraaien zijn daarvoor zelf verantwoordelijk.
Toezichthouders die voortijdig uit onvrede opstappen moeten dit gaan melden, bijvoorbeeld bij de externe toezichthouder (de rijks inspecties). Toezichthouden in de non-profitsector wordt gezien als een complexe activiteit waarbij gedrag van toezichthouders van groot belang is: gedrag bepaalt of normen, waarden en codes worden nageleefd.
Er moet 1 register komen over alle verenigingen heen, waarin professionele toezichthouders zichzelf verenigen en continue uitdagen naar verbetering.
Scholing en intervisie is een vereiste, men moet veel meer van elkaar gaan leren en dat kan alleen door ervaringen te delen.
Kortom: een ambitieus kader voor toezichthouders is neergelegd en kan dienen voor de discussie in menig raad van toezicht of raad van commissarissen.
Tijdens de presentatie van het boekje werd ook opgemerkt dat de weg naar de hemel is geplaveid met ambities, maar dat het aankomt op daden. Dat is zonder meer terecht, maar niet eerder zijn de ambities van de toezichthouders zelf opgetekend. Journalisten, politici en wetenschappers weten maar al te goed in theorie wat toezichthouders moeten doen of – in geval van de bekenden incidenten – hadden moeten doen. We zijn er een meester in om commentaar te geven zodra het kalf verdronken is. Dat er op dit moment tientallen instellingen voor heel moeilijke afwegingen zitten, staat echter nauwelijks in de belangstelling. Het daarom juist van belang dat er een verklaring ligt die hier een bijdrage aan levert.
Hebben we dan geen behoefte meer aan de commissie Halsema? Wel zeker! Er is nog veel werk te doen: de semipublieke sector telt circa 30.000 toezichthouders! Maar belangrijker is dat er aansluiting komt tussen de verschillende bewegingen en dat we zo met elkaar houding en gedrag beïnvloeden en structureel veranderen. Wie neemt als eerste actie?
Meer informatie:
Waar is de raad van toezicht? Deel III
De Verklaring van ambitieus toezicht
Auteurs: Goos Minderman, Sjors van den Berg, Gerdien Bikker-Trouwborst, Erik van Marle, Paul Simons, Mark Somers en Esther Spetter
Uitg. Boom|Lemma, 2013, 79 pagina’s, ISBN 978‐90‐5931‐997‐4
De problemen bij de Rabobank stapelen zich op. Recente voorbeelden zijn het Libor-schandaal en het terugdraaien van benoemingen, maar het meest actueel zijn de problemen met het naleven van het toezicht. Met name bij de lokale banken.
Het jarenlang, zorgvuldig opgebouwde en onkreukbare imago van de Rabobank begint dus scheuren te vertonen. Een les uit de historie: bedrijven die het meest prat gaan op hun goede imago zijn ook degenen die het hardst vallen. Hard ageren tegen andere partijen, in dit geval de staatsbanken ING en ABN AMRO, zorgt ervoor dat je onder een vergrootglas komt te liggen. Nu blijkt ook de Rabobank een ‘gewone’ bank met problemen. In het bijzonder de klantintegriteit.
De oplossing voor dit probleem ligt intern en vraagt om ‘good governance’, oftewel om goede bestuurders. Directieleden en managers die klantintegriteit niet zien als compliance, maar als drijfveer. Ik zal uitleggen waarom.
Coöperatie
De lokale banken, de ‘moeders’ van Rabobank Nederland, zijn al jaren een onderwerp van gesprek. Door de lastige besluitvorming zijn ze in goede tijden conservatief geweest en nooit gekomen tot spectaculaire overnames. Hier is het goede imago van de bank op gestoeld. Tijden veranderen echter snel en de vraag is nu of de huidige governance nog wel in balans is met de organisatiestructuur.
Local Compliance Officer
Zou het probleem kunnen worden verholpen door op last van De Nederlandsche Bank 140 Local Compliance Officers te benoemen, om het toezicht te verscherpen? Iemand die de directie van een lokale bank van reflectie mag dienen? Ik denk het niet. De lokale banken zijn al decennia lang gewend om zelf ‘de macht’ te hebben. Als zelfs Rabobank Nederland moeite heeft om de lokale banken aan te sturen heb ik hier weinig fiducie in.
Deze ‘oplossing’ komt namelijk van buiten af, maar de sleutel tot succes ligt intern. De juiste mensen binnen een transparant systeem. Medewerkers bij de lokale banken die er alles aan willen doen om de integriteit van de klant te bewaren! Klantintegriteit is geen kwestie van moeten, maar van willen. De eerste bank die hier invulling aan geeft, zal de komende jaren de markt gaan dicteren.
Ondernemen is risico nemen! Hoe beter men de risico’s begrijpt, hoe meer risico men kan nemen. Anders gezegd; de risico’s waar men verstand van heeft beheerst men van nature beter.
De voorbeelden spreken voor zich. SNS Reaal had onvoldoende verstand van vastgoed, Woonbron niet van schepen, de woekerpolis van de banken, verliezen van gemeenten op grondposities, etc.
In tijden van hoog conjunctuur verschaft de financiële ruimte de geestelijke vrijheid aan veel bestuurders om te denken dat iedereen kan ondernemen. Het is ook veel sexier om door middel van nieuwe innovaties, initiatieven te laten zien dat het goed gaat met het bedrijf. In dit soort tijden groeit het aantal activiteiten van bedrijven snel. Echter, nieuwe initiatieven kosten naast geld ook veel aandacht. Hierdoor verliest men aandacht voor de CORE BUSINESS en zit men minder dicht op de bal en ontstaan de risico’s. In de huidige tijd krimpen organisaties in en gaat iedereen terug naar CORE.
Lessons Learned:
Zorg dat nieuwe initiatieven altijd in gezonde verhouding staan tot het rendement op core business
Kennis van zaken is cruciaal
Behoud voldoende aandacht voor business as usual
bedrijfsvreemde activiteiten vragen om een gezonde risicohouding, organiseer bewust tegenkracht!
De berichtgeving van vandaag lijkt allemaal geweldig. Pensioenfondsen gaan massaal in hypotheken! De achterliggende gedachte is dat de banken meer ruimte krijgen om andere kredieten te verstrekken. Nu scheelt het dat de meeste banken inmiddels staatsbanken zijn maar dat roept meteen de vraag op:
Waar ligt het risico? Toch niet bij de pensioenfondsen en dus de deelnemers en dus de Nederlandse bevolking?
Citaat Blok: ‘Pensioenfondsen krijgen een hoger rendement, de Staat neemt geen enkel nieuw risico en banken zien hun financieringskosten dalen.’
Wat als er toch nog een bank omvalt? Het zou mij vertrouwen geven als men transparant is over de risico’s die er aan kleven.
Als er iets is wat we hebben kunnen leren van SNSReaal en de daaruit vloeiende pijn is dat je niet massaal in hetzelfde risico moet stappen. We mogen nu toch wel concluderen dat alle banken achter elkaar aangelopen hebben en allemaal in vastgoed hebben geïnvesteerd in de verwachting dat deze waarde alleen maar kan stijgen. De situatie vandaag is dat alle banken hetzelfde probleem hebben, een vastgoed portefeuille waarop enorm moet worden afgeschreven.
Fouten maken mag….. alleen als je er van leert! Vertoon aub geen kuddegedrag.
Pensioenfondsen, bezint eer ge begint. Jullie hebben als taak om de pensioenen te beheren van velen. Niet om de banken uit hun zelf gecreëerde nood te helpen.
De incidenten van de afgelopen jaren (SNS Reaal, Ahold, DSB, Vestia, Rochdale, etc) hebben ons wel geleerd dat het gedrag van bestuurders zeer bepalend kan zijn voor de koers van de organisatie. De vraag is natuurlijk of die ene persoon zo bepalend kan zijn dat dit een hele organisatie in gevaar kan brengen.
Het gaat daarom niet alleen om leiderschap, het gaat ook om de groepsdynamiek die er in de lagen eronder plaatsvinden. Hoe komt besluitvorming tot stand, welke formele lijnen zijn er en welke informele lijnen. Worden alle risico’s besproken of wordt alles gesimplificeerd waardoor het cruciale gesprek niet plaatsvindt?
Als leider / bestuurder is het dus belangrijk om de juiste vragen te stellen. Wanneer de zaken goed maar zeker ook wanneer zich incidenten voordoen. De vragen die Churchill zichzelf altijd stelde waren:
Waarom wist ik het niet?
Waarom wisten mijn adviseurs het niet?
Waarom werd het me niet verteld?
Waarom heb ik er niet naar gevraagd?
Dat wat je niet weet, daar kun je ook niet naar vragen! Een diversiteit in het managementteam helpt om vanuit verschillende brillen naar de zaken te kijken. Dit legt alleen ook een grote verantwoordelijkheid in deze lagen. Wat zijn de noodzakelijke elementen wil er een gezonde bedrijfscultuur heersen dat er een gezamenlijke alertheid ontstaat om de complexiteit het hoofd te bieden?
Iedereen alert op verstoringen
Voorkom teveel simplificeren (niet alles past op een half A4 tje)
Secuur op de uitvoering (de machinekamer is niet zo belangrijk als de strategie)
Scherp op aanpassingsvermogen (wat gaat er nog zoals gepland)
Respect voor expertise (experts mogen zich niet laten overrulen)
Het is tegenwoordig een veel gebezigde term “zelfevaluatie”. En men is ook al snel trots op het feit dat dit sinds 1 of 2 jaar gebruik is. Slechts enkelen laten zich hierbij begeleiden door een derde, helaas!
Alle goede bedoelingen ten spijt, als dit niet wordt begeleid door een derde heeft het naar mijn mening weinig zin. Een paar argumenten hiervoor:
De onderlinge relatie moet meestal nog een paar jaren mee, omwille van de relatie / werkverhouding wordt veel niet benoemd
Vaak kent men elkaar ook vanuit andere netwerken wat aanspreken niet makkelijk maakt
De huidige generatie commissarissen is het nog niet gewend
Het is altijd lastig om een al bestaande situatie te veranderen
Begeleiding door een derde zorgt voor een driehoeksverhouding waarbij de begeleider het aanspreekpunt vormt. Deze persoon kan aanvoelen of iedereen daadwerkelijk zegt wat men na aan het hart ligt. Verder zijn er verschillende werkvormen om op een positieve wijze elkaar te laten inzien dat het toezicht naar een hoger niveau moet. Alleen je best doen is tegenwoordig immers niet meer genoeg!
Evaluatie zou niet een moment in het jaar moeten zijn maar een continue proces. Dit kan op verschillende manieren:
Stel een jaarplan op met daarin ook de waarden en normen waarop men elkaar kan aanspreken
Open houding zodat men elkaar op ieder moment tijdens de vergadering kan aanspreken. Een onderbuik / onplezierig gevoel kan je een hele vergadering bezig houden
Voorbespreken van de agenda voordat de vergadering begint en zonder de bestuurder
Evaluatie na iedere vergadering waarbij sommigen ook nog de mogelijkheid hebben om de bestuurder terug te roepen bij een ontevreden gevoel
Er zijn genoeg voorbeelden (bankensector, woningcorporaties, ziekenhuizen, bouwsector) dat het zelfreinigend vermogen tot de grootste uitdaging behoort van ons mensen en dat hulp hierbij echt de organisatie verder brengt.
In de discussies over alle incidenten bij SNS Reaal, Vestia, ABN Amro, etc komt altijd snel de rol van de toezichthouders aan de orde. Over deze rol is blijkbaar veel onduidelijkheid.
Dit is niet nodig mijns inziens. De toezichthouder is 100 % verantwoordelijk. Wat is anders je legitimiteit als je gaat over de aanstelling van de CEO, controller, meebeslist over de strategie, continue op de hoogte bent over de financiele stand van zaken, etc.
Het moet maar eens afgelopen zijn met het verschuilen achter deze zelf gecreëerde onduidelijkheid!
Dit geldt overigens ook voor de externe toezichthouder. Als er goedkeuring door SNS Reaal is gevraagd voor de aankoop van Bouwfonds Property Finance dan is het nu tijd om je verantwoordelijkheid te nemen.
In sectoren met aparte externe toezichthouders moet er een goed samenspel zijn georganiseerd tussen de externe en de interne Raad. Verantwoordelijkheid van beiden!
Hoe grijzer het gebied, hoe makkelijker manoeuvreren, hoe onduidelijker de verantwoordelijkheden en last but not least; men weet niet meer welke bevoegdheden men wel of niet heeft en men kan of wil geen beslissingen meer nemen. Hier is geen bedrijf ooit beter van geworden!